Betwist meer dan 5 miljard: Saksen vecht voor een eerlijk deel van het geld!
Saksen-Anhalt bespreekt de verdeling van federale middelen voor infrastructuurprojecten, terwijl gemeenten strijden voor een eerlijke verdeling.

Betwist meer dan 5 miljard: Saksen vecht voor een eerlijk deel van het geld!
In Saksen suddert het: sinds de bijeenkomst tussen leden van de deelstaatregering en vertegenwoordigers van de gemeenten in de staatskanselarij in augustus is de discussie over de verdeling van ongeveer vijf miljard euro uit het nieuwe speciale fonds van de federale overheid opgelaaid. Hoe Sächsische.de Naar verluidt zijn hier centrale vragen over de financiële verdeling gerezen, die menig lokale overheidsfunctionaris hebben geïrriteerd.
Tijdens de eerste bijeenkomst van de onderhandelaars werd overeenstemming bereikt volgens welke tien procent van de jaarlijkse afbetalingen, dat wil zeggen ruim 400 miljoen euro, beschikbaar zou moeten zijn voor de Vrijstaat Saksen. Deze fondsen, intern de “MP-pot” genoemd, zijn gericht op de financiering van een aantal grootschalige projecten. Daartoe behoren onder meer de modernisering van de staatsbrandweerschool in Nardt met 80 miljoen euro, een masterplan om de industrie in het zuidwesten van Saksen veilig te stellen, diverse digitaliseringsprojecten en niet in de laatste plaats de steun voor het Olympische bod van Saksen. Met infrastructuurprojecten voor Saksische ziekenhuizen waarover al overeenstemming was bereikt, werd in het nieuwe document helaas geen rekening gehouden.
Financieringsdistributie en protesten
Hoe ziet de verdeling er precies uit? In totaal moet 90 procent van het geld worden verdeeld, waarbij 40 procent naar de grootste steden als Dresden, Leipzig en Chemnitz gaat, maar ook naar plattelandsdistricten. Dit betekent dat bijna 1,74 miljard euro naar de gemeenten gaat, uitbetaald in drie tranches van elk 580 miljoen euro per vier jaar. Een aanzienlijk deel van dit geld, ruim een miljard euro, is gereserveerd voor gemeentelijke projecten, waarbij 40 procent bestemd is voor kunstwerken, 20 procent voor de bouw van scholen en ziekenhuizen en 10 procent voor wegenaanleg en plaatselijk vervoer.
Ondanks deze toewijzing van fondsen is er weerstand: de protesten van lokale vertegenwoordigers zijn luid MDR gevoeld, aangezien slechts 36 procent van de federale betalingen als vrije begroting naar de gemeenten gaat. Dit heeft de verantwoordelijken ertoe aangezet een spoedvergadering over de distributieovereenkomst bijeen te roepen om de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen. Ook onder gemeentelijke onderhandelaars klinkt er herhaaldelijk een roep om verandering.
Vergelijking met de stemming in Saksen-Anhalt en de Bondsdag
Een blik op Saksen-Anhalt laat zien hoe het zou kunnen werken: daar wordt 60 procent van het federale geld in de vorm van forfaitaire bedragen aan de gemeenten uitbetaald. “Dit is een goede zaak voor de gemeenten”, zegt voorzitter Andreas Dittmann (SPD) van de Saksen-Anhalt Vereniging van Steden en Gemeenten. Premier Reiner Haseloff (CDU) bevestigde de voordelen voor de gemeenschappen door te benadrukken dat de gemeenschappen in Saksen-Anhalt duidelijk profiteren van het speciale fonds.
Voor Saksen zijn de goedkeuring door de Bondsdag en de stemming in de Bundesrat op 17 oktober gepland. Met een wijziging van de Basiswet in maart legde de federale regering de basis voor het speciale fonds, waarin ruim 500 miljard euro is opgenomen voor infrastructuur en klimaatneutraliteit. Dit is bedoeld als antwoord op de uitdagingen op het gebied van de openbare infrastructuur, niet alleen in Saksen, maar in het hele land. Binnen twaalf jaar kunnen enorme bedragen worden uitgegeven om kapotte wegen en vervallen bruggen onder controle te krijgen. Ook hierover wordt informatie verstrekt Federale regering.
De situatie blijft spannend: terwijl sommige gemeenten hopen op een spoedige oplossing, neemt de druk op de verantwoordelijken toe om tot een eerlijker verdeling van de middelen te komen. De komende weken zullen uitwijzen of Saksen het speciale fonds zo kan verdelen dat iedereen er profijt van heeft en de infrastructuurprojecten daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.