Geen claims meer voor een burgeruitkering: oordeel over arbeidsongeschiktheidspensioen!
De LSG Berlin-Brandenburg besloot dat het arbeidsongeschiktheidspensioen de ontvangst van een burgeruitkering uitsluit, belangrijke details over sociale bijstand.

Geen claims meer voor een burgeruitkering: oordeel over arbeidsongeschiktheidspensioen!
Een recente uitspraak van de sociale rechtbank van Berlijn-Brandenburg zorgt voor opschudding onder de ontvangers van een burgeruitkering in Duitsland. Op 26 februari 2025 heeft de rechtbank (dossiernummer L 18 AS 947/22) besloten dat mensen die een volledig arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangen, geen recht hebben op een burgeruitkering in het kader van de Sociale Zekerheidswetboek II (SGB II). Deze uitspraak treft vooral de getroffenen wier arbeidsmogelijkheden beperkt zijn als gevolg van gezondheidsbeperkingen.
De centrale vraag was: hebben ontvangers van een volledig arbeidsongeschiktheidspensioen nog steeds recht op een burgeruitkering? De eiser, een gediplomeerd ingenieur die sinds 2008 een werkloosheidsuitkering II ontving, heeft in 2020 een arbeidsongeschiktheidspensioen aangevraagd, dat vanaf januari 2021 werd goedgekeurd. Na deze goedkeuring heeft het arbeidsbureau de SGB II-uitkeringen uit december 2021 ingetrokken, wat tot de rechtszaak heeft geleid. De sociale rechtbank van Frankfurt (Oder) verwierp de rechtszaak in september 2022 en bevestigde de beslissing van het arbeidsbureau. De eiser heeft vervolgens beroep aangetekend bij de Sociale Rechtbank, dat eveneens werd afgewezen.
Eliminatie van de behoefte aan hulp
De rechtbank oordeelde dat klager vanwege zijn volledige arbeidsongeschiktheid niet meer kon werken en daarom geen recht meer had op een SGB II-uitkering. Het levensonderhoud en de financiële basiszekerheid worden gegarandeerd door het arbeidsongeschiktheidspensioen en, indien nodig, door sociale bijstand. Volgens artikel 7 lid 1 nr. 3 SGB II is er geen hulp nodig bij het verkrijgen van een pensioen. Dit arrest onderstreept de stelling dat de verantwoordelijkheid voor de financiële steun wordt overgedragen aan de sociale dienst met goedkeuring van een arbeidsongeschiktheidspensioen.
Een ander belangrijk aspect is dat de stelling van eiser dat hij burgergeld en een onderwijsvoucher voor omscholing wilde blijven ontvangen, niet stand kon houden. Onderwijscheques kunnen alleen worden toegekend binnen SGB II en als het recht vervalt, vervalt ook de mogelijkheid om deze vouchers te ontvangen. Het besluit benadrukt ook de complexiteit van het sociale recht in Duitsland.
Sociale zekerheid en basiszekerheid
Burgergeld is oorspronkelijk bedoeld als basiszekerheid voor mensen die kunnen werken. Iedereen die niet meer minimaal drie uur per dag kan werken, valt buiten deze regeling en heeft in plaats daarvan recht op basiszekerheid volgens SGB XII. Een groot deel van de bevolking is zich vaak niet bewust van deze verschillen. Voor gepensioneerden en mensen die permanent arbeidsongeschikt zijn, bestaat er een basiszekerheid op oudere leeftijd, die onafhankelijk van de uitkeringen van de burgers moet worden gegarandeerd.
De uitspraak van de rechtbank heeft verstrekkende gevolgen voor de betrokkenen. Ze moeten zich nu steeds vaker wenden tot sociale voorzieningen om hulp aan te vragen. Ook de stijging van de normtarieven ten opzichte van Hartz IV speelt hierbij een rol. Daarom worden veel mensen die afhankelijk zijn van een uitkering bewuster gemaakt van de noodzaak van een helder informatiebeleid vanuit de overheid.
Over het geheel genomen laat het arrest zien dat de uitkeringen en basisveiligheid van de burgers in Duitsland duidelijke grenzen hebben en dat het voor veel mensen, vooral degenen met psychische en lichamelijke ziekten, een uitdagende situatie blijft die wordt gekenmerkt door complexe wettelijke randvoorwaarden.