Vrijwilligerswerk in Saksen: er blijft nog 40 euro onkostenvergoeding over!
Vanaf juli 2025 krijgen vrijwilligers in Saksen weer een onkostenvergoeding van 40 euro. Verslag over financiële uitdagingen en kritiek.

Vrijwilligerswerk in Saksen: er blijft nog 40 euro onkostenvergoeding over!
In Saksen is er eindelijk goed nieuws voor vrijwilligers: in een onlangs aangenomen dubbele begroting blijft de maandelijkse toelage van 40 euro voor vrijwilligers bij de voedselbanken doorbetaald. Dat maakte het ministerie van Sociale Zaken donderdag 18 juli 2025 bekend. Voorheen werden vanwege financiële knelpunten slechts deelbedragen uitgekeerd, laatstelijk nog slechts 19 euro. Deze bezuinigingen hadden vooral het hoofd van de Plauener Tafel, Konstanze Schumann, van streek gemaakt, die de verlaging omschreef als een ‘klap in het gezicht’ en erop wees dat de fondsen niet bedoeld waren als extra inkomsten, maar eerder als een kleine compensatie voor uitgaven. MDR gemeld.
De voedselbanken in Saksen staan onder druk
Ondanks het positieve nieuws blijft de financiële situatie van de voedselbanken gespannen. ZDF benadrukt dat de voedselbanken vaak niet voldoende gefinancierd worden en dat mogelijke sluitingen van apotheken op het platteland al worden overwogen als de vrijwilligers vertrekken. De verantwoordelijken maken zich vooral zorgen over het verlies aan steun van gepensioneerden, alleenstaande ouders, asielzoekers en mensen uit Oekraïne. Als de Vrijstaat Saksen niet in de nodige fondsen voorziet, zou de steun voor velen in nood verder kunnen afnemen. Dit heeft ook gevolgen voor het werk van vrijwilligers, die zonder compensatie snel hun interesse kunnen verliezen.
Kostenvergoeding onder wettelijke voorwaarden
De vergoeding die vrijwilligers ontvangen, geldt als belastingvrij inkomen voor tijd en moeite. Dit is een belangrijk aspect dat veel helpers in gedachten moeten houden. Duits vrijwilligerswerk benadrukt dat de vrijwilligersvergoeding belastingvrij kan zijn tot maximaal 840 euro per jaar. Een groot voordeel voor iedereen die vrijwilligerswerk doet. Daarnaast geldt voor bepaalde onderwijsactiviteiten het docententarief van maximaal 3.000 euro. Dit betekent dat veel helpers een kleine erkenning krijgen voor hun onvermoeibare inzet, ook al kan het bedrag niet als volledig inkomen worden beschouwd.
De uitdagingen voor vrijwilligers en de voedselbanken zijn enorm. Met de vertraging bij de financiële toezeggingen en de scherpe bezuinigingen in het voorjaar is het duidelijk dat er op dit gebied actie moet worden ondernomen. Schumann en andere verantwoordelijken maken onmiskenbaar duidelijk dat een solide financiële basis noodzakelijk is om het belangrijke werk van de voedselbanken op de lange termijn veilig te stellen. Financiële reserves zijn dus niet alleen essentieel voor het bedrijf, maar ook voor de motivatie van de vrijwilligers die zich dag in dag uit inzetten voor de zwakkere mensen in de samenleving.